|
Ok, de keuzes in het werk zijn beperkt. Chicken or pasta? Coffee, tea, or me? Maar ook: Gypsy of Spamalot? Elaine Stritch of Liza Minelli? Ik vlieg nu 13 jaar met koffer en truttentrolley de wereld over. En dat geeft me de mogelijkheid om daar te zijn waar het allemaal gebeurt, Broadway. Met dat in het vooruitzicht vind ik het nooit een probleem om glimlachend door een gangpad te lopen, bijna nooit.
Je staat er versteld van wat je in 22 uur kunt doen. Natuurlijk een showtje pakken. Maar bovenal: inspiratie opdoen in de stad die nooit slaapt.
Inspiratie genoeg opgedaan bij “South Pacific”. Een golden oldie (1949) in een nieuwe, perfect op maat gemaakte jas. Inmiddels een beetje oubollig stuk, maar met zoveel vakmanschap vormgegeven dat je niet anders kunt dan je overgeven. Van begin tot eind, van de hoofdrol tot 4de swing, van grootse decorstukken tot aan het zeepbakje, overal is vanuit liefde voor het theatervak voor kwaliteit gekozen. Tot in de kleinste details.
Het gekke is: je hebt geen seconde het idee dat je naar een miljoenenproductie zit te kijken. Dat verbaasde me eigenlijk nog het meest. Veel geld wil nog wel eens resulteren in een overgeproduceerde draak van een voorstelling. Al was het maar om te maskeren dat de voorstelling op zich zelf niet zo erg goed is. Hier niet, "South Pacific" is entertainment van hoog niveau. En woord voor woord verstaanbaar, zeer duidelijke articulatie (in tegenstelling tot een avondje “Op hoop fan seegûh”…). Geloof me: ben je in New York, en je hebt de kans, ga het zien!
Als het dan toch over vakmanschap gaat, ontkom ik niet aan een eerbetoon aan Gypsy. Bij het verschijnen van dit nummer van Backstage is de laatste voorstelling al geweest. Dé musical der musicals. Punt. Eigenlijk meer een toneelstuk met muziek. Het script is zo goed geschreven dat je de muziek weg kunt laten en nog steeds een dijk van een stuk hebt. Als puber ooit de film met Bette Midler gezien (was leuk), een aantal jaar terug met Bernadette Peters op Broadway (mwah) en twee jaar geleden met Patti LuPone in een productie van City Center (wow). Die voorstelling werd de basis voor de Broadway productie die ik helaas maar 3 keer heb kunnen zien. De regie in handen van de schrijver zelf, Arthur Laurents. Geniale man.
Drie Tony’s voor de drie hoofrollen. Meer dan terecht. Wederom met de onvergelijkbare Patti LuPone in de zwaarste rol van het repertoire, Mama Rose. Nu ga ik hier niet een eerbetoon voor La LuPone houden, daar heb ik een aparte column voor nodig. Maar om zoals ik voor je werk naar New York te gaan en zo’n voorstelling, met zo’n cast, te zien is onbetaalbaar. Met of zonder jetlag! Met dank aan teveel Starbucks in mijn bloed sloeg de fantasie op hol. Ik moet zorgen dat Gypsy naar Nederland komt! Alleen, wie moet in Nederland in godsnaam de hoofdrol voor haar rekening nemen? Ik ben volkomen verpest, ik heb de ultieme theaterervaring gehad, heb geen idee wie dat zou moeten doen. Jullie?
En toch blijft het leuk, dromen over wat zou kunnen komen. Dat is voor mij ook de overeenkomst tussen Broadway en het vliegen. Dromen. Genoeg gedroomd, op naar San Fransisco. Daarna weer New York, proberen binnen te komen bij “Pal Joey”. Ik laat jullie zeker weten hoe het was! Deze column werd oorspronkelijk gepubliceerd in het blad Backstage Magazine
|